Nutsvoorzieningen zijn gas, water en elektriciteit. Bij het splitsen van een woning gaat het om wat een zelfstandige woning zelf heeft, zoals een eigen keuken, wc en douche of bad, en om de aansluitingen en meters die daarbij horen.
In deze gids
- Wat zijn nutsvoorzieningen?
- Nutsvoorzieningen bij woning splitsen: wat heeft elke woning zelf nodig?
- Welke bouwregels gelden voor de installaties?
- Aansluiting op water, elektriciteit en gas aanvragen
- Een eigen meter per woning
- Energiebelasting bij één aansluiting voor meerdere woningen
- Huisnummer en huurtoeslag na het splitsen
Wat zijn nutsvoorzieningen?
Volgens de Rijksoverheid zijn nutsvoorzieningen de kosten voor gas, water en elektriciteit die een huurder zelf aan het energiebedrijf en het waterbedrijf betaalt. Daar horen ook de kosten bij om de woning warm te houden.
Het huurrecht gebruikt een strikte omschrijving. Kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter zijn de vergoeding voor elektriciteit, gas en water voor het verbruik in het woonruimtegedeelte, op basis van een meter in dat gedeelte. Alle overige zaken en diensten die bij de bewoning horen, zijn servicekosten (artikel 7:237 lid 3 BW).
Nutsvoorzieningen bij woning splitsen: wat heeft elke woning zelf nodig?
Een zelfstandige woning heeft volgens het huurrecht een eigen toegang en kan zonder afhankelijkheid van wezenlijke voorzieningen buiten de woning worden bewoond (artikel 7:234 BW). Dienst Toeslagen noemt de volgende eigenschappen als minimum:
- een eigen woon-/slaapkamer
- een eigen keuken met aanrecht, aan- en afvoer voor water en een aansluitpunt voor een kooktoestel
- een eigen wc met waterspoeling
- een eigen toegangsdeur die van binnen en buiten op slot kan
- een eigen wasgelegenheid, dus een douche of bad, sinds 1 maart 2024
Deelt de huurder de wc, keuken, douche of bad met andere huurders, dan is het geen zelfstandige woning.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) eist voor bestaande bouw dat een woonfunctie een toiletruimte heeft (artikel 3.92). Een gebruiksfunctie met een toilet- of badruimte, of met een andere opstelplaats voor een lozingstoestel, heeft voor dat lozingstoestel een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater (artikel 3.112 lid 1). Voor nieuwbouw eist het Bbl dat een woonfunctie een badruimte heeft (artikel 4.169). Hoofdstuk 3 van het Bbl gaat over bestaande bouw en hoofdstuk 4 over nieuwbouw.
Welke bouwregels gelden voor de installaties?
Bij verbouw gelden volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) de nieuwbouwregels van het Bbl wel, maar niet het daarin opgenomen eisenniveau. Het minimum is het rechtens verkregen niveau, wat betekent dat de kwaliteit van een bouwwerk na de verbouwing niet slechter mag zijn dan ervoor. Voegt u een nieuw onderdeel aan een bestaand bouwwerk toe, dan is er vaak geen actueel kwaliteitsniveau en gelden de eisen voor bestaande bouw.
Bij het volledig vernieuwen of compleet nieuw installeren van bouwwerkinstallaties gelden de nieuwbouweisen (artikel 5.4 lid 3 Bbl). Bij gedeeltelijke vernieuwing geldt het rechtens verkregen niveau, met het niveau voor bestaande bouw als ondergrens. Voorbeelden van bouwwerkinstallaties zijn de drink- of warmwatervoorziening en de binnenriolering.
De bruidsschat voor het omgevingsplan bevat regels over de aansluitplicht. Die plicht gaat over het aanbrengen van technische voorzieningen voor elektriciteit, gas, drinkwater en warmte, en niet over het daadwerkelijk leveren. De regel voor een rioolaansluiting beschrijft de technische eisen voor een voorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater, maar stelt het aanbrengen van een rioolaansluiting niet verplicht. De gemeente kan het omgevingsplan en dus deze regels wijzigen. De actuele regels vindt u onder Regels op de kaart van het Omgevingsloket.
Aansluiting op water, elektriciteit en gas aanvragen
Voor drinkwater moet de eigenaar van een drinkwaterbedrijf op verzoek binnen zijn distributiegebied een aanbod doen voor een aansluiting op het leidingnet en voor de levering van drinkwater. De voorwaarden moeten redelijk, transparant en niet discriminerend zijn (Drinkwaterwet, artikel 8 lid 1, 2 en 3).
Voor elektriciteit doet de distributiesysteembeheerder op verzoek een aanbod voor de aanleg of wijziging van een aansluiting. Dat aanbod doet hij binnen een redelijke termijn. Na aanvaarding van het aanbod realiseert hij de aansluiting eveneens binnen een redelijke termijn. Hij kan het aanbod weigeren zolang er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is op zijn systeem (Energiewet, artikel 3.38 lid 1, 2 en 3). De wet noemt een redelijke termijn en geen aantal dagen of weken.
Voor gas doet de distributiesysteembeheerder op verzoek een aanbod voor de aanleg of wijziging van een aansluiting, anders dan omschakelen, binnen een redelijke termijn. Dat geldt niet voor de aanleg van een kleine aansluiting voor een te bouwen bouwwerk waarvoor op 1 juli 2018 nog geen vergunning was afgegeven, en ook niet voor een bouwwerk dat na 1 januari 2015 zonder aansluiting op het distributiesysteem voor gas is gerealiseerd. Voor beide gevallen maakt de wet één uitzondering: het college van burgemeester en wethouders heeft het gebied aangewezen als gebied waar aansluiting op het distributiesysteem voor gas strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang (Energiewet, artikel 3.40 lid 1, 2 en 3). Het college kan ook gebieden aanwijzen waar die taak niet geldt voor kleine gasaansluitingen, als daar andere energie-infrastructuur aanwezig is die in de verwachte warmtebehoefte kan voorzien (artikel 3.42 lid 1).
Een eigen meter per woning
Wie van een systeembeheerder de beschikking heeft gekregen over een aansluiting, heet in de Energiewet de aangeslotene (artikel 1.1). Een aangeslotene beschikt op of nabij ieder overdrachtspunt over een geïnstalleerde meetinrichting, tenzij een uitzondering uit de wet geldt (artikel 2.46 lid 1). Een kleine aansluiting heeft een doorlaatwaarde van ten hoogste 3 x 80 ampère voor elektriciteit of 40 m3(n) per uur voor gas (artikel 1.1). Bij zo'n aansluiting stelt de distributiesysteembeheerder een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit beschikbaar, installeert die en doet een aanbod om de meter in gebruik te geven en te beheren (artikel 3.51 lid 1).
De gebruikte officiële bronnen schrijven niet voor dat elke gesplitste woning een eigen aansluiting krijgt. De Belastingdienst beschrijft juist de situatie van een gesplitst huis achter één aansluiting.
Voor de verhuurder geldt het volgende. Met een eigen meter betaalt de huurder zijn verbruik zelf aan het energiebedrijf en het waterbedrijf. Krijgt de huurder gas, water of elektriciteit via de verhuurder, dan vallen die kosten onder de servicekosten.
Energiebelasting bij één aansluiting voor meerdere woningen
De Belastingdienst vermindert de energiebelasting met een bedrag per jaar per elektriciteitsaansluiting, omdat een deel van het energieverbruik als basisbehoefte wordt gezien. De vermindering geldt alleen voor onroerende zaken met verblijfsfunctie, zoals een huis of kantoor. Voor 2026 is de belastingvermindering per elektriciteitsaansluiting € 519,80.
Houdt een gesplitst huis één aansluiting, dan is achter die aansluiting meer dan één onroerende zaak aangesloten. Volgens de huidige wetgeving kan de belastingvermindering dan maar één keer worden toegepast. U kunt in die situatie teruggaaf van energiebelasting aanvragen. De Belastingdienst houdt bij de belastingvermindering rekening met het aantal zelfstandige onroerende zaken achter één aansluiting. U kunt het verzoek om teruggaaf één keer per jaar indienen.
Huisnummer en huurtoeslag na het splitsen
Dienst Toeslagen noemt een woning die ooit één woning was en nu als meerdere zelfstandige woningen wordt verhuurd een gesplitste woning. Heeft de andere woonruimte hetzelfde huisnummer zonder toevoeging, dan weet Dienst Toeslagen soms niet dat het om een gesplitste woning gaat. Voorbeelden van zo'n toevoeging zijn bis, II, B, bg en boven.
Weet Dienst Toeslagen niet dat de woning is gesplitst, dan tellen de bewoners van de andere woonruimte mee als medebewoners van de huurder. De huurder kan dan vaak geen of minder huurtoeslag krijgen.
Weet u nog niet of splitsen op uw adres mag? De quickscan legt uw adres naast het omgevingsplan en de huisvestingsverordening van uw gemeente, met bron en artikelnummer, vanaf € 9,95. De bouwtechnische eisen per woning staan in Bouweisen bij woning splitsen; alle stappen van vergunning tot akte vindt u in Woning splitsen: de complete gids.



